Veertigdagentijd VI - Ik was in rouw... Veertigdagentijd VI - Ik was in rouw...

Veertigdagentijd VI – Ik was in rouw...


‘De doden begraven’ is het zevende werk dat de vroege kerk heeft toegevoegd aan de werken van barmhartigheid (Matteüs 25: 35-40). De laatste week van de veertigdagentijd staat daarom in het teken van rouw. Want een overledene naar zijn of haar laatste rustplaats brengen gaat gepaard met verdriet. Wie dat al eens (of vaker) heeft moeten meemaken, weet dat rouw heel grillig is: iets dat je ontzettend in de greep kan hebben, soms wat minder lijkt te worden en zich dan ineens weer in volle pijn aan je opdringt. Rouwen is hard werken, wordt wel gezegd. Het zet je in ieder geval wel aan tot (ver)werken en het kost je ook bakken vol energie. Tegelijkertijd is rouw ook iets dat deel wordt van wie je bent. De lege plekken draag je mee in je ziel. Het gemis van iemand die je lief is verdwijnt niet, al kan het wel een andere, warmere kleur krijgen. Gods arm om je schouder kan daarbij helpen. Maar Gods arm heeft ook onze armen en handen nodig – om er stil te zijn voor wie in rouw is. Zo laten we zien en voelen: het leven is sterker dan de dood. Dat is Pasen!

Vasten-vraag: Wie mis je? In de stille week is je verdriet misschien nog wat intenser dan anders. Brand een kaarsje… Schrijf over je verdriet, schrijf een brief aan wie je mist. : wie mis 

Doe-tip: Breng een kaars of een roos naar iemand die rouwt om het verlies van een geliefde.

Kinder-opdracht: Mis jij iemand die overleden is? Zet een kaarsje bij een foto van diegene. Of ga iets doen wat hij/zij leuk vond om te doen.

Ervaringen zijn welkom bij ons of de kindernevendienst.

 
Pastor Martha Dûmny Evert Jan
E. marthakroes@gmail.com                         E. ejhefting@gmail.com          
T. 06 - 41272349  


 
terug