Laatste zondag kerkelijk jaar 2019 Laatste zondag kerkelijk jaar 2019
Op zondag 24 november was het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Op deze zondag wordt er altijd aandacht besteed aan alle gemeenteleden die in het voorbije jaar zijn overleden.


Uitleg bij het bloemstuk

                                          Psalm 91: 1 en 2
                                 ‘Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont
                                  en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,
                                  zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting,
                                  mijn God, op u vertrouw ik.’


De beschutting van de Allerhoogste is in het symbolisch stuk weergegeven door een soort huif /overkapping,
gemaakt van coniferengroen en klimop-ranken.

Het groen is juist gekozen van de conifeer, altijd groene boom en daardoor levensboom genoemd;
en klimop, ook altijd groen en dat zich bovendien hecht, zoals Gods eeuwige trouw zich hecht aan Zijn schepping

Bovenop zijn witte bloemen geplaatst als symbool voor het eeuwige Licht.
In de schaduw van de Eeuwige mag geschuild worden, er wordt beschutting, bescherming gevonden.
Onze geliefden mogen toevertrouwd worden aan die veilige plaats. Zijn trouw duurt tot in eeuwigheid en is
eergegeven door de klimop-ranken rondom.

De grijze ondergrond geeft de overgang weer van het donker van de aarde naar het licht van de hemel.
De kaarsen, voor iedere overledene één, worden omringd door een krans van witte bloemen want geen smet zal
hen weerhouden een toevlucht te zoeken in zijn vesting!


De tranen in het midden van de schikking vinden hun betekenis in de troostvolle woorden van Psalm 56:9

                                   ‘Mijn omzwervingen hebt u opgetekend,
                                    vang mijn tranen op in uw kruik.
                                    Staat het niet alles in uw boek?’


   

Gedicht voor de preek

Donkere nacht

Ik dacht dat ik mijn pijngrens kon verleggen -
Wat het maar waar....ik roep vergeefs en wacht.
Wat hebt U, Heer, mij nog in deze nacht
van eenzaamheid en pijn te zeggen?

Ik denk aan uw belofte van genade,
en van een hand die uitgestoken is,
en van een troostend licht in duisternis,
maar \gij omhult u met een zwarte wade.

Ik spreek u aan op al uw grote woorden:
'Alles is mogelijk voor wie gelooft'.

'k Herinner U aan wat U hebt beloofd;
Is dan Uw Woord en lied met valse akkoorden?

Of heb ik niets geleerd van al die keren
dat u mij tekenen van liefde zond?
Ik leg beschaamd mijn hand, Heer, op mijn mond
en zwijg en wacht - ik moet nog zôveel leren...


Nel Benschop

   
terug